Bemiddelingsbureau voor antikraak woningen discrimineert op grond van ras en nationaliteit

Een melder zonder de Nederlandse nationaliteit is op zoek naar een tijdelijke woning. Zij komt op de website van een antikraak bureau terecht met meerdere vestigingen in Nederland. Een van de voorwaarden om zich in te schrijven is het bezit van een Nederlands paspoort en beheersing van de Nederlandse taal in woord en geschrift. Zij concludeert dat zij zich niet in kan schrijven en vraagt het MDRA of het stellen van deze discriminerende voorwaarden wettelijk is toegestaan in Nederland.

Het MDRA schrijft het antikraak bureau aan en attendeert het bureau erop dat door het vereisen van een Nederlands paspoort direct onderscheid op grond van nationaliteit wordt gemaakt. Daarbij kan het stellen van een taaleis leiden tot indirect onderscheid op grond van afkomst.

Het bureau is niet bereid om de voorwaarden aan te passen en in overleg met de melder vraagt het MDRA de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) om een oordeel over het inschrijfbeleid van het antikraak bureau.

Zitting bij de CGB
Ter zitting licht het bureau toe waarom deze eisen worden gesteld. Het bureau ontvangt veel aanmeldingen van woningzoekenden en wenst geen tijd te besteden aan mensen die zij toch niet in de woningen willen hebben. Het bureau wil zoveel mogelijk Nederlandse studenten in de woningen. Antikraak bewoning heeft speciale regels en gebleken is dat deze groep daar goed mee om kan gaan. Het bureau heeft slechte ervaringen met ander nationaliteiten: het fenomeen antikraak kennen zij niet in hun land van herkomst en door een andere cultuur gedragen zij zich niet correct. De taaleis wordt gesteld omdat het bedrijf geen geld wenst te spenderen aan vertaalkosten van de contracten in het Engels. De contracten kunnen verschillen per woning.

De voorzitter van de CGB licht de gelijkebehandelingswetgeving toe. Het MDRA licht ter zitting nog eens toe hoe het bureau door deze (voor)oordelen mensen uit andere landen over één kam scheert en hen puur op grond van hun afkomst uitsluit. Mensen met een andere afkomst hebben vaak al met uitsluiting te maken bij bijvoorbeeld het vinden van werk en het uitgaan. Uitsluiting kan ontstaan door het alleen kiezen voor wat je kent en het kiezen voor (economische) zekerheid: je eigen soort, je eigen cultuur.

Tijdens de zitting wordt duidelijk dat het bureau de voorwaarden voornamelijk om financieel/economische redenen stelt, maar dat dit vervelende gevolgen heeft voor niet-Nederlanders. De eigenaar geeft aan het eind van de zitting aan dat hij wel bereid is om de eis van de Nederlandse nationaliteit te schrappen en om de taaleis op de website te verduidelijken.

Oordeel van de CGB
De CGB spreekt enkele maanden later een oordeel uit: het antikraak bureau maakt verboden onderscheid op grond van nationaliteit en ras.

De opgegeven redenen voor de eis van een Nederlands paspoort zijn niet te herleiden tot een van de wettelijke uitzonderingen en het bureau maakt daarmee verboden onderscheid op grond van nationaliteit. Voor het stellen van de taaleis heeft het bureau op zich een goede reden gegeven, maar er is een minder discriminerende manier om iedereen de contracten te laten begrijpen, namelijk door deze ook in andere talen op te stellen, zoals andere antikraak bureaus dat ook doen. Het bureau maakt hierdoor verboden onderscheid op grond van ras.

De samenvatting en het volledige oordeel van de CGB (nr. 2011-146) kunt u hier lezen.

Aanpassing van de voorwaarden door het antikraak bureau
Naar aanleiding van het oordeel van de CGB heeft het antikraak bureau de voorwaarden gewijzigd: ‘beheersing van de Nederlandse taal’ en het ‘bezit van een Nederlands paspoort’, zijn vervangen door: ‘je bent communicatief vaardig’ en ‘je bent bekend met anti-kraak’.

-A +A