Boete voor beledigen van en het aanzetten tot discriminatie van homoseksuelen

In februari 2010 werden er bij het MDRA 88 klachten ingediend over de discriminerende uitlatingen over homoseksuelen door de lijsttrekker van de Republikeinse Moderne Partij (RMP), Delano Felter. De lijsttrekker deed deze uitspraken tijdens en na afloop van een verkiezingsdebat voor de gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam op 24 februari 2010. In een interview met AT5 werden homoseksuelen onder andere neergezet als agressieve personen met een seksuele afwijking, aan wie men een hekel mag hebben. Het gaat om 'afwijkend gedrag, dat moet effetjes weg'. Wat Felter betreft wordt Nederland weer een heteroland, staat Amsterdam te snakken naar een 'hele mooie heteroseksuele Adam-en-Eva-periode' en moet er 'ergens anders maar een homofiele stad' zijn.

De Amsterdamse afdeling van het COC deed aangifte bij de politie en het Openbaar Ministerie (OM) besloot de lijsttrekker te vervolgen. De rechtbank Amsterdam sprak de lijsttrekker vrij. Het OM ging daar tegen in beroep.

Op 11 maart 2013 sprak het gerechtshof Amsterdam de lijsttrekker vrij van groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie. Ook met de uitspraak van het hof was het OM het niet eens en heeft daartegen cassatie ingesteld.

De Hoge Raad heeft op 16 december 2014 geoordeeld dat het hof opnieuw moet onderzoeken of de uitlatingen van Felter over homoseksuelen voor deze groep beledigend en dus strafbaar zijn.

Het hof sprak Felter vrij van belediging omdat zijn uitlatingen volgens het hof niet bedreigend of intimiderend waren, en niet hebben aangezet tot haat en geweld. Volgens artikel 10 EVRM dat toeziet op de vrijheid van meningsuiting in het politieke debat mocht hij deze uitlatingen doen, zo meende het hof.

De Hoge Raad ziet dit anders. Ja, een politicus moet in staat zijn om zaken aan de orde te stellen, ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten. Maar daarnaast heeft een politicus de verantwoordelijkheid te voorkomen dat zijn uitlatingen in strijd zijn met de wet en de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. Die verantwoordelijkheid beperkt zich niet tot uitlatingen die aanzetten tot haat of geweld of discriminatie. Ook uitlatingen die aanzetten tot onverdraagzaamheid vallen hieronder.

Op 1 februari 2016 heeft het Gerechtshof Amsterdam de lijsttrekker veroordeeld voor het beledigen van, en het aanzetten tot discriminatie van homoseksuelen. Het hof heeft nu geoordeeld dat deze uitlatingen onmiskenbaar de bedoeling hebben homoseksuelen bij het publiek in een kwaad daglicht te stellen. Zij worden als groep in diskrediet gebracht en de waardigheid van de groep wordt ernstig aangetast. Voorts sporen de uitlatingen het publiek aan homoseksuelen te discrimineren door hen aan te pakken, te bestrijden en hun verblijf – in Nederland, althans in Amsterdam – tegen te gaan. Het hof vindt de uitlatingen daarom discriminerend en heeft Felter hiervoor een boete opgelegd van 1.000 euro, waarvan 500 euro voorwaardelijk.

Grens vrijheid van meningsuiting
Het hof erkent dat Felter als politicus in staat moet zijn zaken van algemeen belang aan de orde te stellen, ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten. Maar er is een grens. Die grens ligt bij uitingen die in strijd zijn met de (Grond)wet en de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat. Felter is over die grens heengegaan. Hij heeft ook niet duidelijk gemaakt welk werkelijk probleem hij aan de kaak heeft willen stellen. Het hof is niet toegekomen aan het criterium dat de Hoge Raad heeft geformuleerd, omdat het Felter nu wel schuldig acht aan het aanzetten tot discriminatie.

De gehele uitspraak kunt u hier lezen.

-A +A