Driekwart uitzendbureaus discrimineert

Afgelopen week is een afstudeeronderzoek uitgebracht van twee VU-studenten over discriminatie in de uitzendbranche. Een meerderheid van de Nederlandse uitzendbureaus maakt zich schuldig aan discriminatie.

De twee VU-studenten deden zich voor als eigenaren van een fictief callcenterbedrijf en belden 187 uitzendbureaus met de vraag of zij extra werknemers konden leveren voor een grote opdracht. Tijdens elk telefoongesprek zeiden ze: 'Ik vind het een beetje vervelend om te vragen, maar ik wil liever geen Marokkanen/Turken/Surinamers, ook al spreken zij prima Nederlands, dat wil ik niet'. Ruim driekwart (76,8%) van de uitzendbureaus willigt verzoeken van werkgevers in om geen Turken, Marokkanen of Surinamers te leveren voor een vacature. Daarmee schenden zij de Algemene Wet Gelijke Behandeling, die discriminatie verbiedt. Klachten die betrekking hebben op de discriminatiegronden zoals vermeld in de Algemene Wet Gelijke Behandeling zijn: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, burgerlijke staat, leeftijd, handicap of chronische ziekte of arbeidsduur. In bijna één op de zeven gevallen zeiden uitzendbureaus zelfs expliciet dat discriminatie wettelijk verboden is, maar dat zij desondanks toch gehoor zouden geven aan het verzoek. 

Het MDRA is erg geschrokken van het hoge percentage, maar is blij dat een dergelijk onderzoek is gedaan. Het MDRA krijgt ook klachten binnen van sollicitanten die worden geweigerd voor een vacature. Voor hen gaan we aan de slag om de situatie te veranderen. Voorbeelden van meldingen zijn: op grond van leeftijd (‘gezocht: manager buitendienst 25-40 jaar’), nationaliteit (‘gezocht: Indiase kok’) of geslacht (‘gezocht: ‘barvrouw’). Heeft u wel eens te maken gehad met soortgelijke functie-eisen, meld dit dan bij ons!

-A +A