Geen baan vanwege Indiaas accent

Een vrouw van Indiase afkomst solliciteert bij Equinix (EMEA) B.V naar de functie van Opportunity Development Representative. Ze moet onder meer telefonisch contact onderhouden met Britse klanten. De vrouw heeft Engels als moedertaal en onderwijs op academisch niveau in het Engels afgerond. Na vier sollicitatierondes belt de manager haar en wijst haar af omdat een andere kandidaat meer ervaring heeft. De manager zegt ook tegen haar dat hij klanten niet het gevoel wil geven dat ze ‘met een call center spreken’, haar Indiase accent hoorbaar is en het bedrijf een ‘native English British (speaker)' wilde aannemen. De vrouw voelt zich gediscrimineerd op grond van haar accent en daarmee op grond van haar afkomst. Ze heeft het telefoongesprek opgenomen.

Het MDRA dient namens de vrouw een klacht in en betoogt dat het hebben van een accent geen afwijzingsgrond kan zijn, nu het in de functie gaat om verkoopvaardigheden.

Wanneer het bedrijf aanvoert dat de manager zich het gesprek met de vrouw niet meer kan herinneren en om de hete brij heen draait, verzoekt het MDRA een oordeel bij het College voor de Rechten van de Mens. De audio-opname van het gesprek wordt meegestuurd.

In het kader van de bewijslastverdeling ‘dient degene die meent dat te zijnen nadeel onderscheid is of wordt gemaakt in rechte feiten aan te voeren die dat onderscheid kunnen doen vermoeden. Indien de verzoekende partij daarin slaagt, dient de verwerende partij te bewijzen dat niet in strijd is gehandeld met de Algemene wet gelijke behandeling.’

De manager herinnert zich het telefoongesprek niet meer, maar de weergave ervan wordt niet betwist. Het College gaat uit van de juistheid van de gespreksweergave. Daarmee zijn feiten komen vast te staan die kunnen doen vermoeden dat de vrouw (mede) is afgewezen vanwege haar accent. Het is dan aan het bedrijf om te bewijzen dat geen onderscheid op grond van ras werd gemaakt bij de afwijzing.

Het College is van oordeel dat het bedrijf niet in dat bewijs slaagt. Een van de redenen om de vrouw af te wijzen is dat haar Indiase accent in contacten met klanten associaties met een callcenter zou oproepen. Deze reden wordt niet weerlegd door het feit dat de twee aangenomen kandidaten geen ‘native British English speakers’ zijn en er medewerkers in dienst zijn die met een Indiaas accent spreken. Het bedrijf noemde ook dat het accent van de vrouw sterker werd naarmate ze meer onder druk kwam te staan. Het accent is derhalve in het gesprek aan de orde geweest. Het verweer dat de manager e.e.a. niet goed verwoord zou hebben komt voor rekening van de werkgever omdat die verantwoordelijk is voor het handelen van de medewerkers.

Het College spreekt als oordeel uit dat Equinix (EMEA) B.V. jegens de sollicitant onderscheid maakt op grond van ras. Er is sprake van direct onderscheid omdat in de afwijzing rechtstreeks naar het Indiase accent en daarmee naar de afkomst van de vrouw is verwezen. 

Zie ook het Parool.

Voor informatie kunt u contact opnemen met de persvoorlichter van het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA), Jessica Silversmith, bereikbaar op 020-638 55 51.

Bijlage(n): 
-A +A