Joke Smit School maakt verboden onderscheid

De Commissie Gelijke Behandeling (CGB) heeft geoordeeld dat de Joke Smit School verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte jegens een student maakt door haar niet opnieuw in te schrijven voor het volgen van een opleiding. 

Sinds februari 2010 volgt de student een HAVO-opleiding. Zij moet nog twee van de zes deelcertificaten behalen, wanneer zij in juli een (negatief) bindend studieadvies (BSA) krijgt omdat zij niet voldoet aan de opleidingseisen. Zij mag zich twee jaar lang niet inschrijven om de opleiding af te ronden. Pas januari 2011 wordt duidelijk dat zij aan psychoses lijdt. Zij is nu onder medische behandeling en aan de beterende hand. Wanneer zij zich opnieuw meldt bij de opleiding ontvangt zij nul op het rekest. De inzet van haar jobcoach om het BSA ongedaan te maken heeft geen baat. Ook het MDRA wordt door de opleiding niet gehoord. 

De opleiding houdt vast aan het beleid dat negatieve studieadviezen voor twee jaar worden afgegeven. Omdat het MDRA van mening is dat het beleid van de opleiding studenten met een handicap of chronische ziekte onevenredig benadeelt, verzoekt zij de CGB om een oordeel. De CGB stelt vast dat de opleiding in september op de hoogte was, dan wel had moeten zijn, van de zienswijze van het behandelteam. De opleiding mocht er daarom niet van uitgaan dat hetzelfde probleem met de prestaties en presentie van de student zich opnieuw zou voordoen. Hierin kan dus geen reden zijn gelegen om in dit geval aan de twee-jarentermijn vast te houden. 

De CGB stelt vast dat sprake is van een verboden indirect onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte. Door geen uitzondering op het beleid te maken wordt een persoon, van wie achteraf, nadat het negatief studieadvies bindend is geworden, vast is komen te staan dat hij of zij destijds mede als gevolg van zijn handicap of chronische ziekte een negatief bindend studieadvies heeft gekregen, in vergelijking met andere personen bijzonder getroffen. Door geen uitzondering te maken op het beleid wordt hen de toegang tot het onderwijs ontzegd, ondanks het feit dat zij met eventuele doeltreffende aanpassingen en/of medische behandeling alsnog, qua prestatie en presentatie, aan de opleidingseisen voldoen. 

Indirect onderscheid kan onder omstandigheden objectief worden gerechtvaardigd. De opleiding beroept zich op vrees voor precedentwerking wanneer zij van het tweejaren-beleid afwijkt. De CGB overweegt echter dat het maken van een uitzondering soms geboden is om de student dezelfde kansen te bieden om deel te nemen aan het onderwijs als leerlingen zonder handicap of chronische ziekte. Het belang van de student met een handicap of chronische ziekte die toegang tot het onderwijs wil is derhalve groter dan het belang van de opleiding om geen uitzonderingen op het beleid toe te staan.   

Bovenstaand oordeel betreft een mondelinge uitspraak van 21 december 2011. Voor informatie bel (020 638 55 51) of mail (discriminatie@mdra.nl) het MDRA.

-A +A