Racistische opmerkingen door leidinggevenden

Foute grappen over Surinamers en allochtonen
Clifton roept de hulp in van het MDRA. Hij is bij het politiebureau geweest om aangifte te doen tegen zijn werkgever. De politie heeft hem doorverwezen naar het MDRA.

Clifton werkte bij een grote zorginstelling. Op zijn afdeling werd aangekondigd dat vanwege bezuinigingen niemand meer een vast contract kreeg, maar dat er steeds jaarcontracten zouden worden afgesloten. Door een leidinggevende en een hogere leidinggevende werden veel foute grappen gemaakt over Surinamers en allochtonen. Ook werden er seksistische opmerkingen gemaakt tegen vrouwelijke werknemers. De helft van afdeling bestond uit allochtone medewerkers en de helft uit autochtone medewerkers. De allochtone medewerkers merkten dat zij veel strenger werden beoordeeld en de vervelende klussen moesten opknappen. Klagen durfde men eigenlijk niet, omdat duidelijk was dat het jaarcontract van mensen die klaagden niet verlengd werd. Ook werd geconstateerd dat een vrouwelijke autochtone medewerkster, die het goed kon vinden met de leidinggevenden, wel een vast contract kreeg.

Geen nieuw jaarcontract
Clifton kreeg van de twee leidinggevenden te horen dat hij geen nieuw jaarcontract kreeg aangeboden. Zij waren op zich tevreden over het werk dat hij verrichtte, maar vanwege de eerder genoemde bezuinigingen en wat zaken uit zijn persoonlijk leven, hadden zij toch besloten hem geen nieuw contract aan te bieden. Het gesprek mondde uit in een discussie over manieren van bezuinigen en het bevoordelen van autochtone medewerkers. Clifton ergerde zich al lange tijd aan de stereotiepe grappen die er gemaakt werden over Surinamers, maar ook aan de denigrerende en discriminerende opmerkingen over allochtonen in het algemeen. Omdat hij voor een jaarcontract afhankelijk was van de leidinggevenden had hij zich niet eerder durven beklagen. Het was hem niet bekend dat er in bedrijven vaak een klachtenregeling en/of een vertrouwenspersoon is om dit soort gevoelige zaken mee te bespreken. Nu hij hoort dat zijn contract toch niet verlengd wordt, houdt niets hem meer tegen om zijn onvrede over de gang van zaken en de racistische opmerkingen ter sprake te brengen. Hij vertelt de leidinggevenden dat hij hier alsnog een klacht over in gaat dienen bij een hogere leidinggevende. Hierop melden betreffende leidinggevenden hem dat hij ontslagen is.

Klacht over discriminatie door leidinggevenden
Clifton maakt een afspraak met een medewerker van de afdeling P&O en een hogere leidinggevende. Hij vertelt hun over de gang van zaken op de afdeling, waarbij de leidinggevenden ‘twee handen op één buik zijn’ en geeft hun voorbeelden van wat er zoal aan foute opmerkingen gemaakt worden door de leidinggevenden, en de bevoordeling van autochtone medewerkers. Clifton ziet dat zij geschokt zijn over wat hij hun vertelt. Hij krijgt te horen dat hij niet ontslagen is, maar hij hoeft tot het eind van zijn contract niet meer op het werk te komen. Vervolgens hoort hij niets meer over de door hem ingediende klacht. Daarom besluit hij aangifte te doen bij de politie.

Hulp van het MDRA
Na de doorverwijzing door de politie spreekt een medewerker van het MDRA een aantal keer met Clifton en een ex-collega. Zij krijgt hierdoor een beeld van hoe het er op de afdeling aan toe gaat. De twee leidinggevenden hebben een vreemd sfeertje geschapen, waarbij er sprake is van machtsmisbruik, discriminatie en seksisme. De medewerker van het MDRA dient namens Clifton een klacht in bij het hoofd P&O van de zorginstelling. De klacht betreft het niet verlengen van het contract, waarbij de afkomst van Clifton een rol heeft gespeeld en het feit dat zijn klacht over discriminatie niet is behandeld.

De zorginstelling neemt de klacht in behandeling en nodigt Clifton uit om zijn verhaal nogmaals te doen bij dezelfde hogere leidinggevende, waar hij eerder zijn klacht bij indiende, en de arbeidsjurist van de instelling. De medewerker van het MDRA is bij het gesprek aanwezig. De hogere leidinggevende vertelt dat hij de klacht heeft onderzocht en dat de leidinggevenden alles ontkennen. Clifton vertelt dat hij veel getuigen heeft die zijn verhaal kunnen ondersteunen. De arbeidsjurist, die verbaasd is dat niemand van de afdeling weet dat de zorginstelling een klachtenregeling heeft, overhandigt de regeling. Het MDRA bestudeert de regeling en in overleg met Clifton wordt besloten de klacht in behandeling te geven bij deze commissie.

Klachtbehandeling door de klachtencommissie
Het MDRA zet de klacht voor Clifton op papier en dient deze in bij de klachtencommissie van de zorginstelling. Clifton wordt uitgenodigd voor een hoorzitting. Hij wordt daarbij vergezeld door de medewerker van het MDRA. Ook betreffende leidinggevenden zullen gehoord worden door deze commissie. Omdat hij verwacht dat deze leidinggevenden elkaar zullen dekken en alles weer zullen ontkennen, dringt Clifton er bij de commissie op aan dat ook andere medewerkers van de afdeling worden gehoord. Clifton doet zijn verhaal aan de commissie over de gang van zaken op de afdeling en geeft veel voorbeelden van dingen die gezegd zijn door de leidinggevenden. De klachtencommissie zal een advies uitbrengen aan de Raad van Bestuur van de zorginstelling.

Advies van de klachtencommissie aan de Raad van Bestuur
De klager (Clifton), de beklaagden (de leidinggevenden) en de medewerker van het MDRA ontvangen na enkele maanden een kopie van het advies aan de Raad van Bestuur.

De commissie blijkt naast de beklaagden ook medewerkers van de afdeling te hebben gehoord. Om de voorkomen dat de antwoorden herleidbaar zijn, is hun verhaal niet opgenomen in het advies en worden hun namen niet vermeld. De commissie meldt hierover alleen dat zij geschokt zijn van hetgeen zij van deze medewerkers hebben gehoord.

De commissie is op grond van het onderzoek van mening dat de afkomst van Clifton geen rol heeft gespeeld bij het niet verlengen van zijn contract. Over de behandeling van de discriminatieklacht is de commissie van mening dat er onzorgvuldig gehandeld is door de hogere leidinggevende. Verder is de commissie geschrokken van de opmerkingen die zijn gemaakt op de afdeling en de wijze waarop er met de medewerkers wordt omgegaan. De gedragscode van de zorginstelling wordt niet gevolgd op deze afdeling.

Het advies van de commissie aan de Raad van Bestuur is om een bijeenkomst te organiseren voor de gehele afdeling om aandacht te besteden aan de gedragscode. Inmiddels heeft de afdeling P&O samen met de hogere leidinggevende al maatregelen getroffen waarbij de leidinggevenden van de afdeling hun werkwijze met betrekking tot o.a. de te voeren functioneringsgesprekken en de communicatie naar medewerkers moeten veranderen. Bij het werkoverleg is voortaan ook altijd iemand van P&O aanwezig. Geadviseerd wordt om te controleren of deze afspraken nageleefd worden. De commissie vraagt zich af of de beide leidinggevenden nog wel kritisch genoeg naar elkaar kunnen kijken en raadt aan om dit te onderzoeken. Tevens is de commissie van mening dat onderzocht moet worden of zij wel voldoen aan de competenties die aan hun functie gesteld worden. Verder adviseert de commissie nog om te onderzoeken of er niet een laagdrempelig te benaderen ombudsman moet worden aangesteld.

Schadevergoeding en getuigschrift
Clifton is erg blij met de uitkomst. Zijn doel was vooral dat de achterblijvers op de afdeling niet meer te lijden zouden hebben van discriminatie door deze leidinggevenden. De vrees van het MDRA dat andere medewerkers misschien niet zouden durven te verklaren, uit angst voor hun positie, is gelukkig niet bewaarheid. De waarheid is aan het licht gekomen en als de Raad van Bestuur het advies van de commissie volgt, zal er veel veranderen op de afdeling en zal dit mogelijk ook gevolgen hebben voor de positie van deze leidinggevenden.

Naar aanleiding van het advies van de klachtencommissie neemt de arbeidsjurist van de zorginstelling contact op met het MDRA. Afgesproken wordt dat er een onderbouwd verzoek om een schadevergoeding wordt ingediend bij de zorginstelling. Het MDRA zorgt er voor zorgt dat Clifton een advocaat krijgt die dit verder voor hem afhandelt. Clifton heeft er bij het vinden van een nieuwe baan veel last van dat hij zijn laatste werkgever niet als referentie op kan geven. Op zijn verzoek bespreekt zijn advocaat bij de onderhandelingen over de schadevergoeding ook het opstellen van een positief getuigschrift door de zorginstelling.

-A +A