Tien jaar openstelling burgerlijke huwelijk voor paren van gelijk geslacht

Op vrijdag 1 april is het tien jaar geleden dat toenmalig burgemeester Job Cohen van Amsterdam in de Stopera vier koppels van hetzelfde geslacht in de echt verbond. Nederlandse homoseksuelen en lesbiennes zijn minder trouwlustig dan heteroseksuelen. Eén op de vijf homostellen trouwt, tegen vier van de vijf heterokoppels (bron CBS). Het afgelopen decennium traden bijna 15.000 partners van hetzelfde geslacht in het huwelijk. Er worden jaarlijks zo’n 1.300 homohuwelijken gesloten. Dat is 2 procent van alle huwelijken in Nederland. Het betrof iets meer huwelijken tussen twee vrouwen (7522) dan tussen twee mannen (7291). 

Het afgelopen decennium ontstond een paar keer ophef over Buitengewoon Ambtenaren van de Burgerlijke Stand (BABS), ook wel weigerambtenaren genoemd, omdat zij op grond van gewetensbezwaren geen huwelijk willen sluiten tussen paren van gelijk geslacht. Sinds de parlementaire behandeling van de Wet openstelling huwelijk hanteert de regering als standpunt dat gemeenten een zekere beleidsvrijheid toekomt ten aanzien van trouwambtenaren met gewetensbezwaren, mits in elke gemeente het recht van paren van gelijk geslacht om te trouwen of hun partnerschap te laten registreren niet in gevaar komt. 

Twee zaken over trouwambtenaren werden ter beoordeling aan de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) voorgelegd. In oordeel 2002-25 lag de vraag voor of de gemeente Leeuwarden verboden onderscheid maakte door een weigerambtenaar niet voor een nieuwe termijn te benoemen. De CGB oordeelde toen dat wanneer een gemeente de diensten van een BABS zo kan verdelen dat deze ambtenaren zonder al te veel organisatorische problemen kunnen worden vrijgesteld van het voltrekken van huwelijken tussen paren van gelijk geslacht, indirect onderscheid eenvoudig kan worden voorkomen. Op dit oordeel was kritiek omdat het weinig principieel was en homoparen nog steeds geweigerd konden worden. In oordeel 2008-40 gaat de CGB ‘om’ en oordeelt dat een gemeente als functie-eis voor een trouwambtenaar de eis mag stellen dat deze bereid moet zijn om alle huwelijken te sluiten. 

Ook buiten Nederland werd de afgelopen tien jaar veel vooruitgang geboekt wat betreft gelijke rechten voor paren van gelijk geslacht. Diverse landen voerden een partnerregistratiesysteem in, stelden het burgerlijk huwelijk open voor paren van gelijk geslacht of onderzoeken momenteel de mogelijkheden daartoe. Buiten Nederland kunnen partners van hetzelfde geslacht trouwen in België, Spanje, Canada, Zuid-Afrika, Noorwegen, Zweden, Portugal, IJsland en Argentinië. In de VS is het homohuwelijk opengesteld in vier staten (Massachusetts, Connecticut, Iowa en Vermont). In Mexico is het homohuwelijk alleen opengesteld in Mexico-Stad. 

Ondanks deze vooruitgang blijven belangrijke verschillen in rechtspositie tussen paren van hetzelfde en van verschillend geslacht bestaan. Dat geldt ten aanzien van het adoptierecht, toegang tot IVF, het draagmoederschap en het recht om elkaars achternaam te dragen. Voor paren van gelijk geslacht en hun gezinsleden blijft het recht van vrij verkeer en verblijf in een andere lidstaat complex. Meerdere lidstaten hanteren een beperkte interpretatie van het begrip ‘familielid’ en ‘partner’, specifiek in relatie tot de partner van hetzelfde geslacht. Denk bijvoorbeeld aan het niet erkennen van een in Nederland gesloten huwelijk van paren van gelijk geslacht in een andere lidstaat. Dezelfde problematiek doet zich voor ten aanzien van geregistreerde partners, de facto partners en de rechtspositie van hun kinderen.

-A +A