Annemarie Tuzgöl-Broekhoven, De Kinderombudsman Metropool Amsterdam, publiceerde deze week de opvolging van het rapport Anders behandeld, waarin bijna 80 kinderen hun ervaringen met discriminatie en racisme deelden. De nieuwe rapportage – Anders behandeld en nu? – maakt vooral zichtbaar hoe urgent en structureel het probleem is. En hoe scherp kinderen zelf formuleren wat er nodig is.
Discriminatie hoort voor veel Amsterdamse kinderen bij hun dagelijks leven. Op school, op straat, tijdens sport of online: kinderen krijgen te maken met uitsluiting, racistische opmerkingen of oneerlijke behandeling. Toch praten ze er nauwelijks over. Uit schaamte, uit angst voor gedoe of omdat ze denken dat melden toch niets oplevert.
Wat deze rapportage krachtig maakt, is dat kinderen zélf de oplossingsrichtingen hebben aangedragen. Hun boodschap is opvallend helder:
1. Normeren begint bij volwassenen
Kinderen willen duidelijke regels én dat volwassenen ingrijpen wanneer iemand wordt uitgescholden of buitengesloten. Wegkijken voelt voor hen als goedkeuren. Ze vragen om voorbeeldgedrag, niet om vage gesprekken maar om consequente grenzen.
2. Melden moet veilig en kindvriendelijk
Veel kinderen weten niet waar ze terechtkunnen, of ze vrezen dat een melding wordt doorverteld. Ze willen een plek die vertrouwelijk, toegankelijk en begrijpelijk is – online en fysiek. En vooral: ze willen weten wat er daarna gebeurt. Zonder duidelijke opvolging verdwijnt het vertrouwen.
3. Inclusie vraagt om structurele preventie
Kinderen benadrukken dat inclusie geen eenmalige campagne is. Ze willen dat verschillen bespreekbaar zijn vanaf jonge leeftijd: thuis, op school, in de wijk en online. Voorlichting, representatie en respectvolle omgangsvormen horen volgens hen bij het fundament van de stad.
Wat deze publicatie opnieuw duidelijk maakt
Discriminatie onder kinderen is geen incident, maar een structureel maatschappelijk probleem. Het vraagt om normstelling, kindvriendelijke meldstructuren, en lange-termijninvesteringen in een inclusieve stad – samen met de kinderen zelf.
Hun stem is niet alleen waardevol, maar essentieel. Zij weten als geen ander wat werkt in hun leefwereld. De rapportage laat zien dat Amsterdam al stappen zet, maar dat blijvende inzet en samenwerking nodig blijven om echt verschil te maken.