Jerrol Marten, directeur discriminatiemeldpunt MDRA: ‘Het is een positieve trend dat we meer meldingen krijgen’

Jerrol Marten is sinds twee jaar directeur bij het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam. Hij ziet dat het aantal meldingen niet afneemt. ‘Ik verlang van de gemeente een langetermijnvisie.’

Een dag nadat Jerrol Marten (59) aanwezig was bij de Black Lives Matterdemonstratie op de Dam zag hij de vacature voor directeur bij het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam (MDRA) voorbijkomen. Hij moest solliciteren, vond een vriendin.

Marten: “Ik schreef een column als sollicitatiebrief. Over dat we in Nederland in de loop der jaren ook onze George Floyds hebben gehad, over Kick Out Zwarte Piet, waar vredevolle demonstranten in elkaar worden geslagen, over het gevoel dat racisme bij mij oproept. Twee weken later werd ik aangenomen.”

Op 1 september is hij twee jaar in dienst bij het MDRA, een klachtenpunt voor inwoners van Amsterdam en buurgemeenten die discriminatie ervaren. Vorige week meldde het meldpunt een ‘stijgende trend’ te zien in het aantal meldingen dat het jaarlijks binnenkrijgt. Het grootste deel ervan werd gedaan door Amsterdammers die werden gediscrimineerd op basis van herkomst of huidskleur, direct gevolgd door meldingen over seksuele gerichtheid.

Marten is niet verbaasd. “Discriminatie was er altijd al, maar mensen slikken minder. Met name de jongere generatie is veel mondiger. Ook door Black Lives Matter. Ik denk eigenlijk dat het een positieve trend is dat we meer meldingen krijgen. Het hoeft niet te betekenen dat er meer gediscrimineerd wordt.”

In de verdediging schieten

De meeste discriminatie komt voor op de werkvloer. Na een melding gaat het MDRA in gesprek met de werkgever. Dat gebeurt ook bij klachten over horeca of bijvoorbeeld winkels. Deze week nog: een Amsterdammer met een hulphond werd geweigerd in een winkel, wat wettelijk niet mag. De eigenaar van de winkel werd door het meldpunt aangesproken. Hij schrok ervan en erkende de fout; het personeel wordt beter ingelicht.

Het is een voorbeeld waarbij de beschuldigde partij niet in de verdediging schiet. Met regelmaat is dat wel de eerste reactie, ziet Marten. “Bedrijven zijn bang voor reputatieschade of geloven niet dat ze discrimineren. Zo’n houding maakt het ingewikkeld, want hierdoor is er geen opening voor een gesprek tussen dader en slachtoffer. Door discriminatie te erkennen, geef je de ruimte om maatregelen te treffen.”

Een stok achter de deur kan zijn om naar het College voor de Rechten van de Mens te stappen. Stel: aan iemand die zwanger is was een contractverlenging beloofd, maar die wordt uiteindelijk toch niet gegeven. Op het moment dat deze casus bij het College komt te liggen, wordt de uitspraak openbaar. “En bedrijven zitten daar niet op te wachten,” legt Marten uit. “Het helpt ons om dan alsnog het gesprek met de werkgever aan te gaan om te proberen tot een oplossing te komen.”

Mensenhandel

Marten werkte eerder negen jaar bij het Landelijk Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (CoMensha), waar hij verantwoordelijk was voor de coördinatie van opvang, zorg en hulp aan slachtoffers van mensenhandel, en vervult nog een rol in het bestuur van Sustainable Rescue Foundation. Bij deze ngo wordt onderzoek gedaan naar moderne technologie om mensenhandel tegen te gaan.

Vergelijkbare technologie probeert hij ook te implementeren bij de aanpak van discriminatie. Mensen die worden gediscrimineerd, weten vaak niet waar ze naartoe moeten om een melding te maken. Ze gaan naar de politie, ketenpartners of inderdaad naar het officiële meldpunt. Maar alle data wordt niet gecentraliseerd.

De MDRA-directeur wil een systeem waar deze meldingen worden gebundeld, zodat niet één keer per jaar een verslag komt over de nieuwste trend, maar elk kwartaal. Als voorbeeld noemt hij meldingen over de lhbtq-gemeenschap. Meldingen druppelen overal binnen, veel incidenten komen in de media, waarna burgemeester Femke Halsema wordt aangesproken. Marten: “We moeten een gecentraliseerd systeem gebruiken om voortijdig te kunnen zien dat er verschillende incidenten zijn. Je wil dan interventies kunnen doen om escalatie te kunnen voorkomen.”

Geen verlengstuk politie

Vanuit de lhbtq-gemeenschap is ook kritiek op het MDRA. In een actierapport staat dat het melden van discriminatie ‘uren in beslag’ neemt en de reacties vanuit het meldpunt worden als ‘zeer ontmoedigend’ ervaren: slachtoffers hebben het gevoel dat er niet of nauwelijks iets met hun melding gebeurt.

Marten denkt dat hier een ‘aantal dingen’ door elkaar is gehaald. Het meldingsproces op de website van het MDRA is vrij simpel, legt hij uit, en na een paar dagen wordt altijd contact opgenomen met het slachtoffer. Volgens de directeur zit de verwarring bij de politie, bij Roze in Blauw. “Meestal leidt een melding bij de politie niet tot een onderzoek. Mensen denken dan dat wij het zijn omdat ze ons zien als verlengstuk van de politie. Het moet duidelijker zijn dat we dat niet zijn.”

Kritisch op de politie is hij zelf ook, omdat die regelmatig slachtoffers wegstuurt zonder dat ze aangifte kunnen doen. Ook op het gebied van moslimdiscriminatie of anti-zwart racisme. “De politie mag niet oordelen of iets discriminerend is, dat doet het Openbaar Ministerie. Agenten moeten gewoon een aangifte opnemen als mensen dat willen. Gelukkig zien we dat het enigszins de goede kant op gaat, maar we zijn er nog niet.”

Blijven benoemen

Terugkijkend op de Black Lives Matterbeweging ziet Marten twee jaar later dat de energie die toen vrijkwam aan het ‘wegzakken’ is. “De toeslagenaffaire was een klap in het gezicht voor mensen. Als overheid zeggen dat je stopt met racisme, maar vervolgens nog doorgaan en heel lang de tijd nemen om te erkennen welk onrecht is aangedaan. Maar je ziet ook dat we overal in de samenleving stapjes nemen. Zwarte Piet, het slavernijverleden, erkenning van racisme bij de politie; we moeten dat blijven benoemen. Net zoals andere dingen die niet goed gaan. De huidige opvangcrisis is zoiets.”

Met het MDRA is Marten bezig om een keurmerk voor werkgevers te promoten. Werkgevers die volgens een systeem werken waardoor discriminatie serieus genomen en aangepakt wordt. Hij wil het plan onder andere bij de Nationale Coördinator tegen Discriminatie en Racisme en bij het ministerie van Binnenlandse Zaken aankaarten.

Een duidelijke boodschap naar de gemeente Amsterdam heeft Marten ook: kom met een langetermijnvisie. “We willen over tien jaar een stad die veiligheid voor alle burgers biedt. Waar niet gediscrimineerd wordt en waar ongelijkheid verdwenen is. Volgens mij moet dat niet alleen het uitgangspunt zijn voor de huidige wethouder, maar voor iedereen daarna. Kom met een tienjarenplan, zoals dat er ook is voor de duurzame stad. Maak de visie minder afhankelijk van de politieke kleur van dat moment.”

Bron: Het Parool.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt.